In de aanloop naar de behandeling van het WRR-rapport ‘geld en schuld’ en de initiatiefnota van SP-Kamerlid Mahir Alkaya ‘100% veilig sparen en betalen’ hebben wij de volgende brief naar de Tweede Kamer gezonden.

Geachte Kamerleden,

Binnenkort bespreekt u het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) ‘Geld en schuld’.[1] Dit rapport is een gevolg van burgerinitiatief ‘Ons Geld’ waarmee wij, gesteund door meer dan 100.000 Nederlanders, de werking van het geldstelsel op de agenda van de Tweede Kamer hebben gezet.[2]

Veilig alternatief
Destijds hebben wij uw Kamer aanbevolen om een veilig alternatief voor de bankrekening in te voeren en experimenteren met digitaal contant geld te entameren.[3] Tot onze tevredenheid stellen wij vast dat beide voorstellen steeds meer bijval krijgen. Dat begon in 2016 met de unanieme oproep van uw Kamer aan de regering om de wetswijzigingen in kaart te brengen die nodig zijn om een full-reserve instelling (‘depositobank’) mogelijk te maken.[4] Ook verzocht u toen om nader onderzoek door de WRR.[5] De resultaten van dit onderzoek liggen thans aan uw Kamer voor. De WRR bevestigt het belang van invoering van een veilig alternatief voor de bankrekening ter stabilisering van het monetair-financieel stelsel.[6]

Steun voor het ‘veilige alternatief’ sprak ook uit de hoorzitting over het WRR-rapport en publicaties van het Sustainable Finance Lab (SFL).[7] [8] Er lijkt nu brede consensus te bestaan over het belang van invoering van een veilig alternatief voor de bankrekening en ontwikkeling van digitaal contant geld.

De Nederlandsche Bank
Het veilige alternatief voor de bankrekening betreft een voorziening waarbij de Nederlanders toegang krijgen tot De Nederlandsche Bank (DNB). In een position paper hebben wij uitgelegd dat deze toegang direct dan wel indirect via een full-reserve instelling kan geschieden.[9] Daarbij hebben wij onze voorkeur onderbouwd voor een publieke full-reserve instelling. Wij menen dat DNB zich niet moet ontwikkelen tot een consumentenbank en ook geen betaaldienstverlener moet worden. Uitvoering en toezicht dienen gescheiden te blijven. Bovendien dient DNB krachtens Europees recht te handelen in overeenstemming met het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging.[10] Dat laat ons inziens niet toe dat DNB gaat concurreren met de banken en betaalinstellingen die onder haar toezicht staan.

Veilige rekening
Hoe het ‘veilige alternatief’ vorm kan krijgen hebben wij in een separate notitie voor u uiteengezet en als bijlage bij deze brief gevoegd.[11] Het gaat daarbij om invoering van een persoonlijke veilige rekening die wordt aangehouden bij de overheid, maar kan worden ontsloten door een betaaldienstverlener naar keuze. Bij overstap naar een andere bank neemt de houder zijn veilige rekening mee.

De ICT rondom de veilige rekening kan in een publiek-private samenwerking met de banken vorm krijgen, onder een architectuur waarop alle marktpartijen kunnen aansluiten die vergunning hebben om betaaldiensten te verlenen.[12] De houder van de veilige rekening bepaalt wie welke betaaldiensten op basis van zijn veilige rekening mag leveren, en wie bijgevolg toegang heeft tot zijn betaalgegevens.

Europa
Invoering van een persoonlijke veilige rekening is van belang voor de marktordening. Het versterkt de positie van spaarders en dwingt banken zich verantwoorder te financieren.[13] [14] Hoewel de marktordening niet behoort tot de competentie van het Europese Stelsel van Centrale Banken (ESCB), dienen de monetaire autoriteiten wel te worden betrokken. Met de veilige rekening komen nieuwe instrumenten beschikbaar voor monetair beleid die de ECB in staat stellen om effectiever en minder marktverstorend te opereren.[15]

Wij bevelen aan om de invoering van het ‘veilig alternatief’ ook in Brussel aanhangig te maken. Invoering van een veilige rekening in andere landen in de Eurozone kan namelijk bijdragen aan de stabiliteit van de euro doordat het kapitaalvlucht en de daarmee samenhangende onbalans binnen het ESCB tegengaat.

Commissie voor veilig sparen en betalen
Het lid Alkaya heeft initiatief genomen voor instelling van een parlementaire commissie om de ontwikkeling van het ‘veilige alternatief’ voor te bereiden.[16] Wij vinden dat een goed initiatief. Het gaat hier immers om een complex ordeningsvraagstuk dat om specifieke deskundigheid vraagt.

Wij kunnen ons echter voorstellen dat de materie dusdanig specialistisch is dat u de voorbereiding liever aan een extraparlementaire commissie opdraagt die aan u rapporteert. Ter legitimering en borging van het algemeen belang dient deze commissie dan niet uitsluitend uit ‘insiders’ en economen te bestaan. Ook andere disciplines en invalshoeken dienen te worden vertegenwoordigd, waaronder die van de burgers en initiatiefnemers die deze ontwikkeling in gang hebben gezet.

Kabinetsreactie
In haar reactie op het WRR-rapport wees het Kabinet een ‘veilig alternatief’ van de hand.[17] De symbiose van bank en overheid, waarvan het depositogarantiestelsel een onderdeel is, wordt opgevoerd als reden waarom een veilig alternatief wat het Kabinet betreft niet nodig is. Daarmee gaat het Kabinet voorbij aan de ratio van het ‘veilige alternatief’. Invoering hiervan opent de weg om de symbiose van bank en overheid op beheerste wijze af te bouwen, banken toenemend aan marktdiscipline te onderwerpen en -zoals de WRR stelt- de creatie van geld en schuld door commerciële banken beter te begrenzen.

Wel gaf het Kabinet aan onderzoek te willen naar digitaal geld in de vorm van ‘central bank digital currency’. Daarbij legt het de bal bij DNB. Wij achten dat ongepast. Het gaat hier namelijk niet primair om een technische uitwerking maar om een herijking van de institutionele ordening. Deze dient niet in de beslotenheid van achterkamers en internationale gremia van centrale banken te worden uitgedokterd. Deze herijking vereist transparantie, publiek debat en inhoudelijke aansturing via democratische processen.

Het digitale geld van de toekomst moet bovendien in samenhang met het ‘veilige alternatief’ worden bezien. Het ‘veilige alternatief’ kan binnen de huidige kaders en met bestaande technieken worden ingevoerd. Dit kan echter zodanig worden georganiseerd dat het ‘veilige alternatief’ tevens de basis vormt voor een beheerste en marktgeoriënteerde ontwikkeling van digitale geldvormen. Dat geeft ruimte voor innovatie onder overheidsregie en zonder systeemrisico. Voor DNB past daarbij een toezichthoudende rol.

U bent aan zet
Het is aan u om de regering op andere gedachten te brengen en de ontwikkeling van het veilig alternatief te entameren. Daarmee opent u de weg om de banken op beheerste wijze aan marktdiscipline te onderwerpen. Met een veilige rekening wekt u bovendien nieuwe instrumenten tot leven die de ECB in staat zullen stellen minder marktverstorend en effectiever te opereren. Ook legt u daarmee het fundament voor een marktgeoriënteerde ontwikkeling van digitale geldvormen onder overheidsregie.

Wij zijn graag bereid u van nadere toelichting te voorzien.

Hoogachtend,

Edgar Wortmann                                                  George van Houts

Martijn Jeroen van der Linden                          Ferdinand Zanda

Stichting Ons Geld                                                Stichting Ons Geld

 

Bijlage: Een veilige rekening voor iedereen
Download als pdf.

 

[1] WRR (2019) Geld en schuld: De publieke rol van banken

[2] Zie www.burgerinitiatiefonsgeld.nu

[3] Zie onze brief van 10 februari 2016 alsmede het daarbij gevoegde ‘Memorandum over het Geldstelsel’ die wij  aan de vaste Kamercommissie voor Financiën hebben toegezonden in aanvulling op de tekst en toelichting van burgerinitiatief ‘Ons Geld’.

[4] TK 34346-13

[5] TK 34346-19

[6] Zo betoogt de WRR op pagina 237 van zijn rapport: “(…) het creëren van een veilig alternatief kan juist bijdragen aan een stabieler systeem. Het feit dat men een daadwerkelijk alternatief heeft, zal een disciplinerend effect hebben op de bestaande banken. Het zal banken dwingen zich verantwoorder te financieren, met meer eigen vermogen (kapitaal) en vreemd vermogen met een lange looptijd. De creatie van geld en schuld door commerciële banken wordt op die manier ook beter begrensd.”

[7] Hoorzitting ‘Geld en schuld’ van 13 juni 2019.

[8] Zie de brief van leden van het SFL aan de vaste Kamercommissie voor Financiën van 10 oktober 2019 en het SFL-rapport ‘Werk in Uitvoering’ (2018).

[9] Zie het position paper van stichting Ons Geld: Publieke bewaarinstelling: veilige haven en gelijk speelveld voor giraal geld.

[10] Artikel 127 VWEU

[11] Zie ‘Een veilige rekening voor iedereen’, Edgar Wortmann & Martijn Jeroen van der Linden, revisie: 30 augustus 2019.

[12] De hier bedoelde publiek-private samenwerking sluit aan op het voorstel van Triodosbank voor invoering van een bankgirocentrale 2.0.

[13] Zie Wortmann (2019) Negatieve rente; oorzaak en oplossing van de aanhoudend lage rente.

[14] Zie voetnoot 6.

[15] Zie Wortmann (2019) Nieuwe instrumenten voor monetair beleid.

[16] Zie zijn initiatiefnota “100% veilig sparen en betalen”, TK 35107-2

[17] TK 35107-3

Dankzij OnsGeld is geldschepping bespreekbaar geworden. En doet de regering onderzoek naar verbetering van het geldstelsel. De roep om een geldstelsel in publieke hand klinkt steeds luider. Help ons het geldstelsel stabiel, democratisch, eerlijk en dienstbaar aan mens en planeet te maken. Steun OnsGeld, dit kan al met €1!